AI in het juridisch onderwijs: jurist en voormalig rechter Oscar van der Roest over de gevolgen en gevaren 

20 mei 2026
Artikel
Hbo

Oscar van der Roest, jurist, auteur, voormalig plaatsvervangend rechter en docent, krijgt regelmatig de vraag wat hij vindt van het gebruik van AI in het hoger beroepsonderwijs. Zijn antwoord begint niet met een simpel voor of tegen, maar met een wedervraag die veel docenten bezighoudt: hoe past AI in het onderwijs? In dit artikel verwoordt hij zijn eigenzinnige en prikkelende visie op de rol van AI binnen het juridische vakgebied. Werk je in een andere discipline? Dan biedt zijn verhaal minstens zoveel stof tot nadenken en inspiratie voor je eigen onderwijspraktijk.

Oscar: “Allereerst wil ik duidelijk maken dat ik 100% opensta voor AI. Ik praat niet in termen van: we moeten het omarmen; dat vind ik nogal klef, maar ik zie absoluut de meerwaarde ervan.   

Tegelijkertijd, voordat ik iets kan zeggen over AI in het onderwijs, moet ik eerst een U-bocht maken. Het eindniveau van een hbo-opleiding wordt namelijk bepaald door de overheid en het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kantoren zoals notaris- en deurwaarderskantoren. Dus moeten we om te beginnen de volgende vraag beantwoorden: welke rol speelt AI in de juridische beroepspraktijk?” 

De rol van AI in het juridische vak 

Oscar vertelt dat AI juristen kan ondersteunen bij het doen van onderzoek, bijvoorbeeld bij het raadplegen van rechtsbronnen zoals verdragen, wetgeving en jurisprudentie. Het kan helpen bij het beantwoorden van rechtsvragen en bij het opstellen van beroepsproducten, zoals overeenkomsten, ingebrekestellingen, dagvaardingen en beroepschriften. Daarnaast kan AI een technisch-juridisch advies vertalen naar begrijpelijke taal voor de cliënt.  

“Het gebruik van AI in de beroepspraktijk verkort de traditionele leercurve van juristen, met duidelijke consequenties voor starters. Vroeger leerde een startende jurist het vak door ‘meters te maken’. Urenlang literatuuronderzoek doen, concepten schrijven, stukken inleveren en dan kregen ze wat ze in het zwart hadden ingeleverd met veel rood erin terug. Stap voor stap groeiden de juristen van toen in het ambacht. 

Nu kan AI veel van dat voorbereidende werk versnellen. Van beginnende juristen wordt verwacht dat zij de output van AI kunnen beoordelen, corrigeren en valideren en daar een ethische afweging bij kunnen maken. Dit is noodzakelijk, omdat aan het klakkeloos overnemen van de output van AI gevaren kleven.”   

 

“AI is ondersteunend. 

Het juridische resultaat blijft een menselijke taak” – Oscar van der Roest 

 

Tijdens ons gesprek benoemt Oscar een tiental gevaren, volgens hem een kleine greep uit alle mogelijke gevaren.  

Hieronder licht ik de belangrijkste toe: 

  • AI mist een moreel kompas en kan rechtvaardigheid, maatschappelijke ontwikkelingen en tijdgeest niet zelfstandig meewegen. 
  • Chatbots geven vaak stellige antwoorden en kunnen daarmee verwachtingen wekken die juridisch niet haalbaar zijn. Ook kunnen zij overtuigend verwijzen naar wetten of uitspraken die niet bestaan, of informatie presenteren die onvolledig of onvoldoende genuanceerd is. 
  • AI houdt geen rekening met emoties en belangen van cliënten; recht hebben is iets anders dan recht krijgen. Procederen kan juridisch interessant zijn, maar voor een cliënt emotioneel ingrijpend en belastend. 
  • AI kan geen betekenis geven aan open juridische normen zoals redelijkheid en billijkheid; die normen krijgen pas inhoud door de concrete omstandigheden van een zaak. 
  • AI houdt geen rekening met de menselijke maat. Soms vraagt billijkheid zelfs om de wet anders te interpreteren om zodoende schrijnende gevolgen te voorkomen. De toeslagenaffaire laat zien hoe essentieel dit is. 

 

Oscar: “Als ik kijk naar de gevaren van AI, moeten we ons afvragen: worden aankomende juristen wel voldoende getraind in het beoordelen van AI-output? Ik denk van niet. Dat is verontrustend.  

Kijk naar de toeslagenaffaire: menig jurist krijgt nog steeds blosjes op de wangen bij wat er toen is gebeurd. Aankomende juristen moeten thuiszijn in het werken met AI én in de voordelen en gevaren ervan, zodat de geschiedenis zich niet herhaalt. Dat vraagt om een brede vorming, verdieping en mogelijk zelfs een langere opleiding.” 

 

“Studenten moeten de systematiek van het recht begrijpen, voordat ze AI-producten kunnen controleren op fouten” – Oscar van der Roest 

 

Gefaseerd opleiden: eerst fundament, dan AI 

Oscar vertelt: “Door AI is de lat voor beginnende juristen hoger komen te liggen. Op hun tweeëntwintigste moeten ze al functioneren met het beoordelingsvermogen van een ervaren jurist en veel levenservaring hebben.  Voor opleiders betekent dit dat ze fundamentele pedagogische en ethische afwegingen moeten maken rondom het gebruik van AI in de rechtenstudie.” 

Oscar onderscheidt drie fasen in het opleiden.  

Fase 1. Inzicht in de systematiek van het recht 

In de eerste twee jaar is er in zijn optiek geen plaats voor AI in de opleiding. Studenten moeten eerst juridische basisvaardigheden ontwikkelen. Bijvoorbeeld, uit een cliëntgesprek de juridisch relevante kern leren destilleren, een precieze rechtsvraag leren formuleren en leren te redeneren volgens juridische logica. In deze fase ligt de nadruk op het zelfstandig ontwikkelen van kennis, analyse en schrijfvaardigheid, zodat studenten een goed begrip van de systematiek van het recht opbouwen. 

Fase 2. Ontwikkeling van een brede vorming

De tweede fase van de opleiding vraagt om meer dan kennis over wet en regelgeving. Studenten hebben basisinzicht nodig in rechtsfilosofie, sociologie, logica en zelfs psychologie en psychiatrie om menselijk gedrag en maatschappelijke context te begrijpen. Zij moeten oog krijgen voor de maatschappelijke en morele dimensies die meespelen. Het recht staat immers nooit los van politieke keuzes en waarden. Wie adviseert over sociale wetgeving, moet begrijpen welke belangen en afwegingen daarachter schuilgaan. 

In de tweede helft van deze fase kan AI worden geïntroduceerd. Dan beschikken studenten over voldoende basiskennis om AI kritisch vanuit hun eigen referentiekader te beoordelen. Bijvoorbeeld door AI een casus te laten analyseren en een adviesrapport op te laten stellen, waarna studenten dit systematisch controleren op onjuistheden en hiaten. 

Fase 3. Verdiepende kennis van verantwoord AI-gebruik

In de laatste fase van de studie kunnen vakken op verdiepend niveau worden aangeboden. AI kan dan verantwoord worden ingezet, gekoppeld aan onderwijs in ethiek en privacy. 

Oscar: “Om studenten daadwerkelijk klaar te stomen voor de beroepspraktijk, moeten opleiders principiële keuzes maken en consequent veranderingen doorvoeren in de opleiding. Wat mij betreft, wordt de juridische opleiding uitgebreid van vier naar zes jaar om te voldoen aan de huidige beroepsvereisten.” 

 

Over Oscar van der Roest 

Oscar van der Roest studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en is afgestudeerd in het privaatrecht. Hij was 25 jaar plaatsvervangend rechter, onder meer als straf-, bestuurs,- kanton- en kinderrechter en doceerde staats- en bestuursrecht in het hoger onderwijs. Hij schreef meerdere juridische boeken, waarvan Basisboek Recht al jaren toonaangevend is binnen het hoger juridisch onderwijs. Hij groeide op in een ambtenaren- en domineesfamilie, een achtergrond die zijn brede maatschappelijke en normatieve blik op het recht mede heeft gevormd. 

 

 

Was dit artikel nuttig?
Deel dit artikel
Webinar: Aardrijkskunde Doen!

Ontdek hoe je het boek Aardrijkskunde Doen! kan inzetten voor jouw studenten

Ook interessant voor jou

Gerelateerde events

Zoeken

Vul onderstaand formulier in en ontvang het artikel in je mailbox

Zoeken