Kennisbank Hoe ga je om met gevoelige onderwerpen tijdens de burgerschapsles?
Tijdens het geven van lessen burgerschap kom je ongetwijfeld in aanraking met schurende onderwerpen. Aan de ene kant wil je studenten zoveel mogelijk meegeven over relevante thema’s en wil je discussies op gang brengen, aan de andere kant wil je ieders mening respecteren. Hoe doe je dat, en hoe houd je daar rekening mee in lesmateriaal? We spraken met Annelie Uittenbogaard, zelf docent geweest en nu sensitivity reader voor NU Burgerschap 3e editie. Ze leest mee met de auteurs en let daarbij op gevoelige onderwerpen.
Ik heb ooit andragogiek gestudeerd. Als andragoog geloof ik in de maakbaarheid van een samenleving. Burgerschap is een vak dat bijdraagt aan de vorming van studenten door ze meerdere kanten van de maatschappij te laten zien. Dat maakt burgerschap ook meteen erg ingewikkeld.

Elk onderwerp is voor methodemakers en docenten een balanceeroefening tussen normeren van democratische en maatschappelijke grondbeginselen én studenten uitnodigen tot het vormen van een eigen mening en een eigen levensvisie. – Annelie Uittenbogaard
Polarisatie neemt toe in Nederland. Dit zorgt ervoor dat mensen steeds meer in hun eigen bubbel leven en vooroordelen en stereotyperingen bevestigd zien. In de klas, een soort minimaatschappij, komen studenten allerlei verschillende medestudenten tegen met ieder een eigen politieke voorkeur, gender, culturele achtergrond en levenswijze.
Door als methodemakers en docenten bewuste keuzes te maken in taal, beelden en voorbeelden, kunnen we bijdragen aan een leeromgeving waarin elke leerling zich gezien, gewaardeerd en gerepresenteerd voelt en doen we recht aan de diversiteit van onze samenleving. Uiteindelijk wil je een positieve impact hebben en eerlijke leerkansen geven aan álle leerlingen.
Ik heb bijvoorbeeld gelet op de verhouding tussen verschillende geslachten, op stereotyperingen en het gebruik van diverse namen of gezinssamenstellingen. Een voorbeeld: in teksten zie ik vaak dingen terug zoals: de manager zijn personeel, de advocaat met zijn cliënt. Schrijf dat genderneutraal, zodat iedereen zich erin kan herkennen: de managers personeelsleden, de advocaat en diens cliënt.
In NU Burgerschap worden forums en chatberichten vaak gebruikt. Onbewust hadden daarin vooral jongens een (stevige) mening en werden ze onevenredig veel in voorbeelden gebruikt. Ook zag ik veel dezelfde oer-Hollandse namen voorbijkomen. Als je iets te krampachtig op zoek gaat naar ‘diverse’ namen, wordt er al snel gekozen voor Mo(hammed) en Jasmina. Ook beeldmateriaal zorgt snel voor een bepaalde framing: meisjes die verbaasd een hand voor de mond slaan, een vrouw aan het bed van een ouder bij een onderwerp als mantelzorg en mannen in de bouw. Hiermee bevestig je stereotypen.

Er worden volgens mij terecht vraagtekens gezet bij burgerschap als vak. De lessen gaan al snel richting normeren of stimuleren van bepaald gedrag. Zeker als je als docent een uitgesproken eigen mening hebt en er discussies ontstaan in de klas die je als docent moet sturen, kun je gaan moraliseren. Nu de nieuwe kwalificatie-eisen weg willen blijven van het voorschrijven van gedrag, blijft er volgens mij iets heel interessants én moeilijks over: het stimuleren van nieuwsgierigheid, leren redeneren met wikken en wegen en uiteindelijk een weloverwogen eigen beslissing nemen.
Wat ik bij het lezen van de teksten van NU Burgerschap zag, is dat er gezocht is naar een vorm waarin studenten zelf een mening kunnen vormen. Dat gebeurt door onderzoeksvragen te stellen en door perspectiefwisselingen te gebruiken zoals: ‘Stel je voor dat jij een diabetespatiënt bent.’ Er worden ook voorbeelden gegeven van een transpersoon of een non-binair persoon (hun/hen), van gezonde en ongezonde leefstijlen en van zienswijzen waar je het niet mee eens kan zijn. Het gaat vervolgens om welke vragen je stelt, zodat studenten hun unieke en authentieke zelf kunnen worden en er niet gedrag of meningen worden opgelegd. Toch denk ik dat de docent de doorslag geeft: die bepaalt hoe een onderwerp wordt ingeleid en heeft invloed op de groepsdynamica in de klas.
Het lijkt veiliger om uit te gaan van gemiddelden of de norm van de meerderheid, maar dat maakt het lesmateriaal naast saai, uitsluitend voor heel veel studenten. Een aantal tips:

Uiteindelijk denk ik dat docenten al heel ver komen als ze in de klas steeds bedenken: bevestig ik patronen of schud ik ze los? Door vaste patronen los te schudden, kom je uit op een ander normaal: eentje waar heel veel waarheden, leefwijzen en kleuren naast elkaar bestaan. – Annelie Uittenbogaard
Ben je benieuwd hoe NU Burgerschap voor jouw burgerschapslessen kan werken?