Wat betekenen de nieuwe mbo-taaleisen voor studenten, docenten en methodemakers?

30 april 2026
Redactie Noordhoff
Artikel
Mbo
Onderwijskwaliteit
Nederlands

Het taalonderwijs moet beter. Daarom bracht Expertgroep Nieuwe Taaleisen in het MBO vorig jaar een adviesrapport uit waar scholen mee aan de slag kunnen. Het doel van de adviezen? Een betere aansluiting bij de leef- en beroepscontext van studenten. En meer maatwerk en oog voor diversiteit. Tessa Jansen, uitgever NU Nederlands, Tess Nijborg, auteur en mbo-docent, en Marjolein Kool, was lid van de Expertgroep en is beleidsadviseur Onderwijs & Innovatie bij ROC Mondriaan, leggen uit!

Om het vak Nederlands in het mbo functioneler en praktijkgerichter te maken, gaan de inhoudelijke eisen op de schop. Een van de meest in het oog springende veranderingen draait om de referentieniveaus. De expertgroep adviseert om taaleisen per mbo-niveau te implementeren. Dat betekent dat elk mbo-niveau, van 1 tot en met 4, eigen eisen krijgt. Marjolein: “Daardoor kunnen we stoppen met cijferdifferentiatie. Dat is fijn, want dat geeft nu een onrealistisch beeld van de daadwerkelijke prestaties.”

De taaleisen zijn bovendien gebaseerd op de complexiteit van de functionele situaties waar studenten voor worden opgeleid. Een mooie vooruitgang, vindt Tessa. “Door deze aanpassingen wordt het vak Nederlands beter toegespitst op het niveau waarop studenten leren en functioneren.”

      Marjolein Kool

Van centraal examen naar instellingsexamen
De expertgroep adviseert ook om het centraal examen voor de domeinen lezen en luisteren af te schaffen en daar een instellingsexamen van te maken. “Het primaire doel van examineren is beoordelen of een kandidaat voldoet aan de exameneisen en níet het vergelijken van examenresultaten van instellingen”, legt Marjolein uit. “Dat laatste kan goed via centraal examens, maar wordt er dan ook echt gemeten wat we willen weten?”

Dit is nog geen definitief besluit, maar als docent is Tess er al blij mee: “Ik vind het mooi dat het rapport dit bespreekbaar maakt. Want als we landelijke examens terugbrengen naar de scholen, en praktijkgerichter maken, kunnen we studenten beter toetsen en begeleiden. We kunnen dan meer vak- en beroepsgerichte teksten gebruiken en beter aansluiten bij wat studenten voor hun specifieke beroep nodig hebben. Zo is maatwerk mogelijk en voorkomen we dat het onderwijs te veel gericht raakt op het afleggen van examens. Goed dat dit onderwerp nu op de kaart staat.”

Focus op de beroepscontext
Ook op het gebied van de domeinen gaat het een en ander veranderen. Tess: “We gaan nu naar vier domeinen: lezen, schrijven, spreken en luisteren. Taalverzorging en woordenschat worden niet meer als apart domein geformuleerd, maar worden nu gezien als onderliggende vaardigheid die in elk domein belangrijk is. Ook wordt er sterker gekeken naar wat nu echt nodig is voor een beroep en functionele situaties. Stel dat je een heldere, duidelijke brief schrijft waarin twee spel- of grammaticafouten zijn geslopen. Is dat erg als de lezer het doel van de brief begrijpt? Natuurlijk zijn daar discussies over en het is ook niet zo dat taalverzorging helemaal niet meer aan bod komt. Als docent heb je altijd de vrijheid om er aandacht aan te besteden. Maar het is wel ondergeschikt aan de andere domeinen.”

Bovendien, geeft Marjolein aan, laat je in het professionele leven een belangrijke brief ook altijd nalezen door bijvoorbeeld een collega. “Eigenlijk is het juist een pre wanneer je je kwetsbaar opstelt door feedback te vragen op belangrijke correspondentie. Het vragen om hulp en je durven uit te spreken zit dan ook verweven in de nieuwe taaleisen.”

Oog voor diversiteit
Een ander belangrijk doel, naast het functionele, is meer aandacht voor diversiteit, vertelt Tessa. “Mbo-docenten werken met de meest uiteenlopende groepen studenten. Van studenten die uit de schoolbanken komen gerold tot volwassen zij-instromers en studenten met een anderstalige achtergrond. Voor sommige studenten is het lastig een bepaalde lat te behalen. Natuurlijk staat het belang van taalverzorging en woordenschat buiten kijf, daarom zie je het in onze lesmethodes overal terugkomen. Maar wanneer we bepaalde taaleisen voor taalverzorging en woordenschat onderbrengen bij de verschillende domeinen, wordt het startpunt voor iedereen eerlijker. Tenslotte gaat het er vooral om dat je het communicatieve doel bereikt en dat je niet wordt afgerekend op een spelfout of taalconventies. Is je brief duidelijk? Snapt de lezer wat je bedoelt? Daar draait het om. Taalonderwijs moet recht doen aan alle studenten die er zijn. En zo kunnen ook studenten met een anderstalige achtergrond tot hun recht komen bij de examinering van taal.”

Geen eilandje meer
Hoe docenten erover denken? Tess vertelt dat ze positieve geluiden hoort over de op stapel staande veranderingen. “Nederlands is geen eilandje meer. Het is onderdeel van een beroep, van het functioneren binnen de maatschappij en in die zin moet het ook bij andere vakken een rol gaan spelen. Die praktijkgerichte visie is cruciaal, want dat is tenslotte wat het mbo doet: studenten opleiden voor een vak.”

Dat betekent dat beroepsdocenten de taal ook in hun lessen zouden moeten integreren, benadrukt Tess. En daar kleven wel uitdagingen aan. “Wat voor ondersteuning en scholing kunnen wij hen als school bieden? Zodat ook beroepsdocenten letten op taal of expliciet aandacht besteden aan bijvoorbeeld vaktaalwoorden of tekstbegrip? Dat vraagt wel wat van docenten en het gaat tijd kosten om dat vorm te geven.”

Methode verbeteren
De nieuwe taaleisen betekenen ook wat voor de lesmethodes, zoals NU Nederlands van Noordhoff. Hoe springt Noordhoff op de taaleisen in? En welke keuzes gaan zij maken? “Allereerst gaan we kijken hoe we nog meer recht kunnen doen aan functionele situaties en de beroepscontext van studenten”, vertelt Tessa. “Zo heeft de huidige derde editie losse hoofdstukken voor lezen, schrijven en de andere taaldomeinen. We gaan dat meer met elkaar combineren, zodat het beter aansluit bij de praktijk. Je bent tenslotte nooit alleen maar aan het schrijven of het lezen, dat doe je altijd in samenhang.”

      Tessa Jansen

Tessa begrijpt dat docenten het soms ook prettig en praktisch vinden om deze domeinen in hun lessen wel van elkaar te scheiden. “Switchen kan rommelig zijn, dan ben je als docent de rust weer kwijt. En soms wil je je als docent ook kunnen focussen op één domein of onderdeel als je merkt dat daar nog bepaalde voorkennis ontbreekt. We willen er vooral voor zorgen dat docenten voldoende ruimte hebben om zelf hun programma samen te stellen en eigen materiaal toe te voegen. Veel docenten combineren de domeinen sowieso al in een voor hen logische samenhang, dus dat gaat heel goed samen. De nieuwe editie wordt dus een flexibele combinatie van losse domeinen en opdrachten waarin de domeinen worden gecombineerd in functionele situaties.”

Altijd evidence-informed
Uiteindelijk zullen er concrete keuzes moeten worden gemaakt, vertelt Tessa. En dat is precies het proces waar ze nu als methodemakers in zitten. “Docenten vinden hun eigen route door de methode, maar als makers is het vanzelfsprekend dat we keuzes maken die gebaseerd zijn op de nieuwe taaleisen. Ik denk dat het belangrijk is dat we onze methodes nooit uitsluitend baseren op wetenschappelijke inzichten en didactische theorieën. Als Noordhoff werken we evidence-informed, wat betekent dat we de praktijk nadrukkelijk meenemen in onze overwegingen en keuzes. Wat gebeurt er in de klaslokalen? Wat vinden docenten prettig? En waar zijn studenten echt mee geholpen? Dat is wat een methode goed maakt. Inzichten volgen vanuit de wetenschap kan iedereen, maar de koppeling naar de praktijk maken: dat is waar het uiteindelijk om draait.”

Natuurlijk is het adviesrapport nog een voorstel, vult Tessa aan. “Het is nog niet verankerd in de wet, dat proces moeten we afwachten. Maar we moedigen deze veranderingen zeker aan en we houden alle ontwikkelingen goed in de gaten.”

Wil je meedenken of wil je meer weten? Neem dan contact op met je adviseur!

Was dit artikel nuttig?
Deel dit artikel
Start goed met Burgerschap

Of je nu al langer burgerschap als vak geeft, of juist met de nieuwe kwalificatie-eisen niet weet hoe je dit kunt inrichten? Bezoek een van onze webinars en laat je bijpraten.

Ook interessant voor jou

Gerelateerde events

Zoeken

Vul onderstaand formulier in en ontvang het artikel in je mailbox

Zoeken