Toetsing als bouwsteen voor studentsucces

Hbo

Onderwijs en toetsing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toetsing is van essentieel belang om de voortgang en de prestaties van studenten te meten. Daarnaast helpt het de effectiviteit van het onderwijs te beoordelen en het leerproces te sturen en te verbeteren. Daarvoor zijn er verschillende toetsvormen. Maar hoe bepaal je welk type toets passend is?

En is het verstandig dat studenten ChatGPT raadplegen bij bepaalde toetsen, zoals projecten?

Beide toetsvraagstukken worden besproken in een tweeluik. In dit artikel worden gangbare toetsvormen, de verschillen en hun doel beschreven. In het tweede artikel volgt het gebruik van ChatGPT bij toetsen.

Toets afstemmen op leeruitkomst en competenties

Voordat we echter naar de toetsvormen gaan, is het belangrijk twee zaken te benoemen:

  1. In je keuze voor een specifieke toetsvorm dien je rekening te houden met de beoogde leeruitkomsten voor het vakgebied waarin de studenten worden opgeleid. Volgens de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) zijn leeruitkomsten datgene wat studenten moet weten, begrijpen of toepassen na een leerperiode. Deze competenties zijn voor het mbo vastgelegd in het kwalificatiedossier en voor het hbo in de eindkwalificaties. Uiteraard dien je in jouw keuze ook de visie op leren en toetsen bij jouw onderwijsinstelling mee te nemen.
  2. Voordat je aan de slag gaat met het maken van een tentamen, moet je helder hebben welke leerdoelen van jouw studenten worden gevraagd én onder welke voorwaarden en/of context zij die dienen te laten zien. De veelgebruikte taxonomie van onderwijspsycholoog Bloom is een handig hulpmiddel.

    Taxonomie van Bloom
    De taxonomie van Bloom

Bloom onderscheidt zes niveaus van cognitieve vaardigheden. De niveaus onthouden, begrijpen en toepassen classificeert hij als lagere cognitieve vaardigheden. Analyseren, evalueren en creëren als hogere. De zes niveaus zijn nuttig bij het bepalen van een passende toetsvorm en bij het opstellen van de tentamenvragen. Het is bijvoorbeeld onlogisch om middels een multiple choice tentamen te toetsen in hoeverre studenten in staat zijn een goed onderbouwd advies te geven.

Toetsvormen

In grote lijnen kun je de volgende indeling maken van toetsvormen:

  1. Theoretische toetsen
  2. Praktijkopdrachten
  3. Portfolioassessment

Hieronder de specifieke kenmerken van elke toetsvorm, zodat je een beter begrip krijgt van de doeleinden en verschillen.

1. Theoretische toetsen

Met een theoretisch tentamen meet je het kennisniveau over een bepaald onderwerp of vakgebied en je toetst of studenten weten hoe ze theoretische principes kunnen toepassen. Het tentamen kan zowel schriftelijk als mondeling op locatie worden afgenomen, maar je kunt ook kiezen voor een take home toets.

Schriftelijke tentamen

Een schriftelijk tentamen kun je opstellen met open, gesloten of half-open vragen. Ieder type vraag heeft een ander doel. Uiteraard kun je in een toets ook verschillende typen vragen opnemen.

Gesloten vragen (ook meerkeuzevragen vallen hieronder) zijn met name geschikt voor het beoordelen van de lagere cognitieve vaardigheden, zoals:

  • Vaststellen of studenten beschikken over beroepsgerichte en vakgerichte kennis.
  • Beoordelen of studenten begrijpen hoe ze feitenkennis moeten toepassen.

Het voordeel van gesloten vragen is dat ze makkelijk gedigitaliseerd en automatisch nagekeken kunnen worden, waardoor ze uitermate geschikt zijn voor het afnemen van toetsen bij grote groepen studenten.

Open vragen zijn geschikt voor het toetsen van de hogere cognitieve vaardigheden, zoals:

  • Vaststellen of studenten verbanden kunnen leggen en standpunten goed kunnen beargumenteren.
  • Vaststellen of studenten nieuwe ideeën kunnen presenteren of iets nieuws kunnen creëren.

Essaytoets

Bij een essaytoets schrijven studenten een uitgebreid en samenhangend stuk tekst over een onderwerp of vraagstuk. In tegenstelling tot een kennistoets met gesloten of open vragen, delen studenten in een essaytoets hun gedachten, argumenten en inzichten uitvoerig en grondig. Dit biedt hen de gelegenheid om hun schrijfvaardigheden te ontwikkelen en te verbeteren.

Met een essaytoets krijg je inzicht in de volgende competenties van studenten:

  • Het vermogen tot kritisch nadenken en het vermogen standpunten te onderbouwen met argumenten en bewijsmateriaal.
  • Het vermogen om complexe ideeën te begrijpen, te analyseren en te reproduceren.
  • Het vermogen effectief te communiceren via geschreven tekst.

Mondeling toets

Een mondelinge toets, zoals een presentatie, een verdediging of een discussie (tussen studenten onderling), is uitermate geschikt om zowel lagere als hogere cognitieve vaardigheden te evalueren die lastig in een schriftelijk tentamen te toetsen zijn.

Denk hierbij aan:

  • Het evalueren van de spreekvaardigheid, de expressie en het improvisatievermogen.
  • Het mondeling toelichten van complex begrippen en redeneringen.
  • Het vermogen om een standpunt mondeling te verdedigen.
  • Het vermogen om snel en ad rem een vraag te beantwoorden.

Daarnaast heeft een mondelinge toets een aantal specifieke kenmerken:

  • Het persoonlijke karakter zorgt ervoor dat studenten zich gezien en gehoord voelen.
  • Studenten met speciale behoeften, zoals slechtzienden en dyslectici, kunnen beter worden ondersteund.
  • In tegenstelling tot bij een schriftelijke toets kun je doorvragen om vast te stellen of studenten de stof daadwerkelijk goed beheersen.
  • De directe interactie tijdens het toetsmoment stelt studenten in de gelegenheid hun antwoorden meteen verduidelijken.
  • Je kunt het inzetten als formatieve toets, waarbij je tussentijds feedback geeft over de leerprogressie, zodat studenten voor de eindtoets kunnen werken aan het verbeteren van hun competenties.

Openboektentamen en take home tentamen

Bij een take home tentamen en openboektentamen mogen studenten verschillende bronnen raadplegen. Bij een take home tentamen hebben ze onbeperkt toegang tot verschillende soorten bronnen, terwijl ze bij een openboektentamen een beperkt aantal bronnen mogen raadplegen, bijvoorbeeld lesmateriaal, een woordenboek of de eigen aantekeningen.

Een ander verschil tussen de twee is dat een openboektentamen doorgaans op locatie wordt afgenomen binnen een tijdsbestek van anderhalf tot ongeveer drie uur, terwijl studenten meestal enkele dagen de tijd hebben om een take home tentamen te maken.

Beide toetsvormen zijn geschikt om hogere cognitieve vaardigheden te toetsen, want je krijgt inzicht in:

  • Het vermogen om complexe vraagstukken of problemen te analyseren.
  • Het evaluatievermogen op inhoudelijke thema’s.
  • Het vermogen om een probleem vanuit meerdere perspectieven te analyseren en op te lossen.
  • Het vermogen om inzichten toe te lichten.
  • Het niveau van de taal- en schrijfvaardigheden.

Digitale toets

Bij een digitale toets maken studenten gebruik van een digitaal platform of software om open en/of gesloten vragen te beantwoorden of interactieve oefeningen te doen. Dit betekent dat je zowel lagere als hogere cognitieve vaardigheden kunt toetsen: van het begrijpen van informatie tot met het creëren van een product.

Zo kun je bijvoorbeeld bij een taalopleiding de woordenschat en grammaticale kennis beoordelen door meerkeuzevragen, invulvragen en matchingvragen. En je kunt studenten een kort verhaal laten schrijven.

In vergelijking met een schriftelijke toets biedt een online toets een aantal voordelen:

  • Je kunt deze op afstand afnemen (uiteraard geldt dit ook voor het take home tentamen).
  • Het verzamelen, nakijken en rapporteren van de toetsresultaten gebeurt veelal automatisch; het vraagt dus nauwelijks tijd en energie van jou als docent.
  • Een digitaal platform beschikt over digitale beveiligingsmaatregelen om de integriteit van de toetsen te waarborgen en fraude te voorkomen. Hierdoor kunnen studenten bepaalde toetsen in hun eigen tijd en op hun eigen tempo maken.
  • Je kunt formatief toetsen doordat je de voortgang en resultaten van studenten op het platform kunt volgen.
  • Er kunnen digitale representaties zoals afbeeldingen en video´s aan de toets worden toegevoegd.

2. Praktische toetsen

Met behulp van praktische toetsen kun je de praktische vaardigheden van studenten beoordelen en hun vermogen om theoretische kennis in het werkveld toe te passen. Er zijn verschillende soorten praktische toetsen: simulatie, rollenspel, casus, beroepsproduct en de practicumtoets. We bespreken hieronder de casus, het beroepsproduct en de practicumtoets omdat deze drie het meest worden afgenomen in het middelbaar en hoger onderwijs.

Casus

In een casustoets leg je een of meerdere praktijksituaties voor aan studenten, waarover vragen worden gesteld. Studenten dienen de casus te lezen, te analyseren en te interpreteren. Daarna dienen ze vragen te beantwoorden op basis van eerder bestudeerde begrippen, modellen of theorieën.

Elke vraag is gebaseerd op en verwijst naar situaties in de casus. Deze vragen kunnen zowel open als gesloten zijn, waardoor je lagere en hogere cognitieve vaardigheden kunt toetsen.

Om hogere cognitieve vaardigheden te beoordelen, moet je in je vragen studenten aansporen het volgende te doen:

  • De casus vanuit verschillende perspectieven te benaderen.
  • Oplossingen die worden aangedragen te evalueren.
  • Te beargumenteren waarom ze voor een specifieke oplossing hebben gekozen.

Beroepsproduct

Een beroepsproduct dient als bewijs van een onderzoekend vermogen en professionele prestaties. Studenten moeten aantonen welke competenties ze hebben ontwikkeld en welke ze kunnen toepassen in hun vakgebied.

Er zijn verschillende soorten beroepsproducten, denk aan: een adviesrapport, een presentatie, een marketingplan, een ontwerp, een applicatie, een beleidsvoorstel of een scriptie. Zoals eerder vermeld dient jouw keuze gebaseerd te zijn op de leeruitkomsten, de visie van jouw onderwijsinstelling aangaande leren en toetsen en de leerdoelen.

Net als bij een casus biedt een beroepsproduct de mogelijkheid om zowel lagere als hogere cognitieve vaardigheden te beoordelen. Voor het toetsen van hogere cognitieve vaardigheden worden complexere beroepsproducten gebruikt.

Twee praktijkvoorbeelden ter toelichting:

  1. Bij de opleiding Financiële Administratie krijgen studenten de opdracht inkoopfacturen te verwerken in het boekhoudsysteem. Hiermee worden lagere cognitieve vaardigheden getoetst. Dit product vereist enkel basiskennis van administratieve processen. De docent kan de studenten alleen beoordelen op hun vermogen om praktische taken correct uit te voeren en efficiënt af te handelen binnen een gegeven context en deadline.
  2. Bij de opleiding Voeding en Diëtetiek krijgen studenten de opdracht een innovatieve snack te ontwikkelen voor jongeren op een festival. Met deze opdracht worden alle niveaus van de taxonomie van Bloom getoetst – van het toepassen van kennis en het analyseren van informatie tot en met het evalueren van ideeën en het creëren van een nieuw product. De studenten moeten niet alleen een snack bedenken die aantrekkelijk is voor jongeren qua smaak en presentatie, maar ze moeten ook rekening houden met de voedingswaarde, duurzaamheid en dat de snack makkelijk te bereiden is op locatie.

Practicumtoets

Een practicumtoets is gericht op het toepassen van theoretische kennis in een praktische setting en wordt vaak afgenomen in de techniek, zorg en welzijn en horeca. Het speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding van studenten op de arbeidsmarkt. Net als bij de casus en het beroepsproduct kun je ook hier lagere en hogere cognitieve vaardigheden toetsen.

De practicumtoets heeft de volgende doelen:

  • Studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt.
  • Studenten beoordelen op hun vermogen om praktische taken of onderzoek uit te voeren. Als studenten onderzoek doen, toets je ook hogere cognitieve vaardigheden.
  • De professionele voortgang te volgen en gerichte feedback te geven.

Er zijn vaardigheids-, illustratieve en onderzoekspractica. Hieronder lichten we ze alle drie kort toe:

  1. Een vaardigheidspracticum geeft inzicht in de praktische vaardigheden en handelingen van de student. In de zorg kan zo´n toets bijvoorbeeld bestaan uit het wassen en verschonen van senioren.
  2. In een illustratief practicum worden bij de praktische handelingen vooral illustratieve vragen gesteld die een beroep doen op inhoudelijke kennis. In de techniek kan het practicum bijvoorbeeld inhouden dat studenten een elektrisch circuit bekijken en deze daarna tekenen.
  3. Bij een onderzoekspracticum worden de onderzoeksvaardigheden en methodologische kennis getoetst. Het doel is studenten vertrouwd te maken met het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek in een praktijkgerichte setting. Een voorbeeld van zo´n practicum is wanneer studenten verpleegkunde in een ziekenhuis onderzoek doen naar hoe het verplegend personeel de pijn managet bij patiënten.

3. Portfolioassessment

Met een portfolioassessment beoordeel je de prestaties en professionele groei van studenten op basis van een portfolio met een beroepsproduct, een procesverslag en een reflectieverslag. Het beroepsproduct hebben we eerder besproken, hieronder bespreken we het proces- en reflectieverslag.

Het verschil tussen een proces- en reflectieverslag is dat studenten in een procesverslag de feitelijke stappen en activiteiten tijdens het werken aan het project beschrijven, terwijl ze in een reflectieverslag een subjectieve beschrijving geven van hun persoonlijke en professionele groei.

Procesverslag

Een procesverslag kan worden gebruikt bij individuele en groepsprojecten. Een goed procesverslag geeft je inzicht in de volgende punten:

  • Het denken en handelen van studenten tijdens het werken aan hun project.
  • De aanpak en de beslissingen die studenten hebben genomen, eventuele problemen die ze zijn tegengekomen en hoe ze deze hebben opgelost.
  • Bij een groepsproject legt iedere student vast wat hun aandeel was in het project. Op deze manier kan jij een oordeel vormen over het professioneel gedrag en de competentieontwikkeling van ieder groepslid.

Je kunt zowel de lagere als hogere vaardigheden toetsen met een procesverslag. Hogere competenties toets je door studenten de opdracht te geven een kritische analyse en evaluatie te maken van het proces en met voorstellen te komen voor mogelijke verbeteringen.

Reflectieverslag

Het doel van een reflectieverslag is studenten de verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen ontwikkeling. De reflecties helpen je te beoordelen of de desbetreffende student bewust competent is en over voldoende ontwikkelvermogen beschikt.

Met een reflectieverslag laat je studenten op systematische wijze nadenken over de volgende punten:

  • Hun handelen.
  • Hun sterke en zwakke punten.
  • De ontwikkeling die ze hebben doorgemaakt.
  • De mate van professionaliteit die ze hebben getoond.

Ook in een reflectieverslag kun je lagere en hogere cognitieve vaardigheden toetsen. Hogere competenties toets je door studenten aan te moedigen diepgaand te reflecteren op de opgedane ervaringen, kennis en vaardigheden, deze kritisch te analyseren en te evalueren voor persoonlijke en professionele groei.

Passende toetsing stimuleert goede prestaties

Toetsing is meer dan een beoordelinginstrument voor prestaties. Door regelmatige en diverse vormen van toetsing worden studenten aangemoedigd om hun kennis te verbreden en te verdiepen. Daarnaast biedt het waardevolle feedback die studenten helpt bij het identificeren van hun sterke en zwakke punten, verbeterpunten en het moedigt aan tot zelfreflectie. Kortom, passende toetsing draagt bij aan een effectieve leeromgeving waarin studenten worden uitgedaagd, ondersteund en gemotiveerd om zichzelf op persoonlijk en professioneel gebied te ontwikkelen.

In het volgende artikel over toetsvormen het gebruik van ChatGPT door studenten bij toetsen, zoals opdrachten en projecten. Want is dat nu iets om aan te moedigen of te ontmoedigen?

 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Interdum urna, ornare et enim vulputate nibh euismod nisl. Tempus mus risus velit ullamcorper. Nulla ac aliquet nisi imperdiet sed vestibulum dolor mi. Fringilla ullamcorper lacinia arcu molestie vestibulum aliquet adipiscing arcu risus.

Nulla ac aliquet nisi imperdiet sed vestibulum dolor mi. Fringilla ullamcorper lacinia arcu molestie vestibulum aliquet velit ullamcorper pretium.

Nieuwsbrief Hoger onderwijs

Ben je docent in het hoger onderwijs en wil je niets missen? We informeren en inspireren je graag met onze e-mailnieuwsbrieven. Laat ons weten waarover je op de hoogte gehouden wilt worden!

Nieuwsbrief Middelbaar beroepsonderwijs

Ben je docent in het middelbaar beroepsonderwijs en wil je niets missen? We informeren en inspireren je graag met onze e-mailnieuwsbrieven. Laat ons weten waarover je op de hoogte gehouden wilt worden!

Nieuwsbrief Hoger onderwijs

Ben je docent in het hoger onderwijs en wil je niets missen? We informeren en inspireren je graag met onze e-mailnieuwsbrieven. Laat ons weten waarover je op de hoogte gehouden wilt worden!

Nieuwsbrief Middelbaar beroepsonderwijs

Ben je docent in het middelbaar beroepsonderwijs en wil je niets missen? We informeren en inspireren je graag met onze e-mailnieuwsbrieven. Laat ons weten waarover je op de hoogte gehouden wilt worden!

Ook interessant voor jou

De waarheid achter de hype blended learning
Artikel
Hbo
Hbo, Mbo
Adaptief leren
Adaptief leren
Met technologie persoonlijke leerdoelen realiseren
Artikel
Hbo
Hbo, Mbo
Motivatie: vriend en vijand van elke student
Artikel
Hbo
Hbo, Mbo

Gerelateerde events

Nieuw!
Haal alles uit de digitale leeromgeving – Noordhoff mbo
10 sep
16:00
- 17:00
Mbo
Mbo
Foto van Wilco Verdoold en Martine Mingaars. Keynote spreker en dagvoorzitter van dit Aan tafel event
Aan tafel! – AI en automatisch beoordelen
15 okt
10:30
- 14:00
Hbo
Hbo
Profielfoto van Martine Mingaars, dagvoorzitter van het Aan tafel event 2024
Aan tafel! – AI, Rol van student, docent en uitgever
24 sep
10:30
- 14:00
Hbo
Hbo

Vul onderstaand formulier in en ontvang het artikel in je mailbox

Zoek