Een persoon met een doos over het hoofd met een sippe smiley, er omheen staan andere mensen die deze persoon lijken te pesten

Week tegen Pesten

21 september 2026
Redactie Noordhoff
Artikel
Mbo

Iedereen lacht mee… behalve één

Van 21 tot en met 25 september 2026 is het de Week Tegen Pesten. Tijdens deze week besteden scholen extra aandacht aan pesten, buitensluiten en een veilige sfeer in de klas.

Voor docenten is dit een belangrijk moment om stil te staan bij de sociale veiligheid in de klas. Pesten is namelijk niet altijd duidelijk zichtbaar. Ook iemand negeren, niet toevoegen aan een groepsapp of steeds kwetsende ‘grapjes’ maken, kan invloed hebben op het welzijn en zelfvertrouwen van een student. Dit noemen we ook wel micro-pesten.

Het thema “Een plek voor iedereen! Toch?” biedt scholen de mogelijkheid om samen met studenten stil te staan bij de vraag hoe iedereen kan bijdragen aan een veilige en inclusieve omgeving. De docent speelt hierin een belangrijke rol. Door signalen tijdig te herkennen en gedrag bespreekbaar te maken, kun je bijdragen aan een klas waarin studenten zich gezien en gehoord voelen.

Wat is het verschil tussen pesten en micro-pesten?

Bij pesten wordt iemand herhaaldelijk en bewust lastiggevallen, uitgescholden, buitengesloten of gekwetst. Dit kan op school gebeuren, maar ook online, bijvoorbeeld in een groepschat of op sociale media.

Micro-pesten bestaat vaak uit kleine opmerkingen of acties die misschien onschuldig lijken, maar iemand toch een naar gevoel kunnen geven. Denk aan iemand steeds onderbreken, met de ogen rollen, fluisteren wanneer diegene binnenkomt, een ‘grapje’ maken over kleding of iemand niet uitnodigen.

Ook buitensluiten kan een vorm van pesten of micro-pesten zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand nooit wordt gevraagd om mee te doen, bewust wordt genegeerd of steeds als laatste wordt gekozen. Eén keer lijkt misschien niet zo ernstig, maar wanneer dit zich herhaaldelijk voordoet, kan een student zich uiteindelijk alleen, onzeker of ongewenst gaan voelen.

Voor docenten is het daarom belangrijk om niet alleen te letten op opvallend pestgedrag. Let ook op kleine veranderingen in de groep. Een student die regelmatig alleen zit, weinig wordt betrokken, vaak wordt overgeslagen bij groepsopdrachten of zichtbaar stiller wordt, kan een signaal afgeven dat er iets speelt. Dit betekent niet automatisch dat er sprake is van pesten, maar het kan wel een aanleiding zijn om het gesprek aan te gaan.

Waarom zijn micro-pesten en buitensluiten niet zomaar een grapje?

Soms lachen meerdere studenten mee, terwijl één student zich helemaal niet prettig voelt. Een opmerking kan als grap bedoeld zijn, maar toch kwetsend overkomen.

Ook zonder iemand uit te schelden kun je ervoor zorgen dat diegene zich niet welkom voelt. Niet uitnodigen, negeren of steeds iemand overslaan kan pijn doen.

Micro-pesten en buitensluiten kunnen zich bovendien opstapelen. Wanneer een student regelmatig het gevoel krijgt er niet bij te horen, kan dit invloed hebben op het zelfvertrouwen, het welzijn en de betrokkenheid bij de klas.

Als docent kun je studenten helpen om hierover na te denken. Bespreek een voorbeeldsituatie in de klas en vraag

‘Hoe zou jij je voelen als dit steeds bij jou gebeurde?’

Of:

‘Wanneer is iets voor jou nog een grapje en wanneer gaat het te ver?’

Zo help je studenten om niet alleen naar de bedoeling van hun gedrag te kijken, maar ook naar het effect ervan op een ander.

Wat kun je als docent doen als je pesten of buitensluiten ziet?

Als docent heb je een belangrijke rol wanneer je merkt dat een student wordt buitengesloten of gepest. Je hoeft niet altijd direct een groot gesprek met de hele klas te voeren; ook kleine, duidelijke interventies kunnen verschil maken.

Grijp in wanneer je gedrag ziet dat niet passend is. Je kunt bijvoorbeeld rustig zeggen:

‘Dit is niet grappig voor iedereen. Laten we hiermee stoppen.’

Of:

‘We zorgen ervoor dat iedereen hier mee kan doen.’

Zie je dat een student regelmatig alleen staat of niet wordt meegenomen in een groepje? Maak dit dan bespreekbaar. Vraag bijvoorbeeld of de student zich prettig voelt in de klas en of er iets speelt.

Luister zonder direct conclusies te trekken. Geef de student de ruimte om te vertellen wat er gebeurt en vraag door naar concrete situaties. Voor een student kan het veel betekenen wanneer een docent laat merken dat de situatie is opgemerkt.

Bespreek, wanneer dat nodig is, het gedrag met de betrokken studenten. Richt je daarbij niet alleen op de vraag wie er fout zit, maar ook op wat er nodig is om de situatie te verbeteren.

Vergeet daarnaast de rest van de klas niet. Studenten die niet direct betrokken zijn, kunnen veel invloed hebben. Stimuleer hen om niet mee te lachen of mee te doen, maar juist iemand erbij te betrekken.

Hoe zorg je ervoor dat iedereen erbij hoort?

Een veilige klas begint met kleine, positieve acties. Als docent kun je daarin het goede voorbeeld geven.

Groet studenten, luister naar elkaar en geef iedereen de ruimte. Stimuleer samenwerking en let erop dat studenten niet steeds buiten de groep vallen.

Kijk bijvoorbeeld bij groepsopdrachten niet alleen naar het eindresultaat, maar ook naar de manier waarop groepjes worden gevormd. Wordt iemand steeds als laatste gekozen? Zit een student structureel alleen? Of zie je dat bepaalde studenten nauwelijks aan het woord komen?

Een simpele vraag als ‘Kom erbij!’ kan voor een student al veel betekenen. Ook als docent kun je dit gedrag stimuleren door studenten bewust uit te nodigen om samen te werken of door groepsindelingen af en toe zelf te bepalen.

Praat daarnaast regelmatig met studenten over de sfeer in de klas. Vraag bijvoorbeeld hoe zij de samenwerking ervaren en of iedereen zich veilig voelt om zichzelf te zijn.

Een klas waarin iedereen zich welkom voelt, ontstaat niet vanzelf. Studenten én docenten dragen samen bij aan een veilige omgeving. Als docent kun je het verschil maken door signalen serieus te nemen en gedrag bespreekbaar te maken.

Docenten kunnen veel signaleren en begeleiden, maar jongeren ervaren dagelijks zelf hoe het is om onderdeel te zijn van een klas. We vroegen het aan onze Young Reporters. Zij vertellen vanuit hun eigen perspectief over pesten, buitensluiten en wat volgens hen helpt om ervoor te zorgen dat iedereen zich welkom voelt.

Young Reporters

Foto van Lila

Lila is 18 jaar en volgt de opleiding Media en Communicatie aan Nimeto. Haar hobby’s zijn sporten, shoppen en een terrasje pakken.

Foto van Morris

Morris is 17 jaar en volgt de opleiding Marketing en Communicatie aan MBO Utrecht. Zijn hobby’s zijn muziek maken en luisteren, afspreken met vrienden, series kijken, voetballen en op vakantie gaan.

Foto van Anouk

Anouk is 19 jaar en volgt de opleiding Mediaredactiemedewerker aan het Grafisch Lyceum. Haar hobby’s zijn lezen, schrijven en naar concerten gaan.

Vragen voor de Young Reporters

Wanneer voel jij je welkom op school?

  • Lila: “Ik voel me welkom op school als de docenten mij ook echt goed helpen, als ik mij gezien voel.”
  • Morris: “Ik voel me welkom op school wanneer niemand zich buitengesloten voelt, als docenten aardig zijn en er een vrolijke sfeer hangt in de klas.”
  • Anouk: “Ik voel me welkom wanneer er een goede sfeer hangt, mensen naar je luisteren en je vriendelijk begroeten.”

Wanneer voel jij je buitengesloten?

  • Lila: “Ik voel me vooral buitengesloten als ik iedereen zie praten en fluisteren en ik weet dat het over mij gaat. Of als ik niet word uitgenodigd voor bijvoorbeeld een feestje of iets dergelijks.”
  • Morris: “Ik voel me buitengesloten als niemand aandacht aan me besteedt of als niemand vragen aan mij stelt.”
  • Anouk: “Ik voel me buitengesloten als mensen het bijvoorbeeld over plannen hebben waar ik bij ben, maar waarvoor ik niet ben uitgenodigd. Of als mensen onder de tafel appen of praten over gebeurtenissen waar ik niet bij was of mij niet vriendelijk benaderen.”

Wat kan iemand doen om jou erbij te laten horen?

  • Lila: “Iemand kan mij erbij betrekken bijvoorbeeld, of er even bij komen zitten als ik alleen zit.”
  • Morris: “Als iemand mij erbij wil laten horen, kan diegene mij een vraag stellen, zodat ik betrokken raak bij het gesprek.”
  • Anouk: “Als iemand vraagt of ik samen bijvoorbeeld naar de winkel wil gaan, uit interesse iets aan me vraagt of mij betrekt in het gesprek, heb ik het gevoel dat ik erbij hoor.”

Wat betekent een plek voor iedereen voor jou?

  • Lila: “Een plek voor iedereen betekent voor mij dat hoe je ook bent, hoe je je voelt, je daar veilig en gewild kunt voelen.”
  • Morris: “Een plek voor iedereen betekent voor mij dat iedereen zichzelf kan zijn op die plek en dat niemand zich buitengesloten voelt.”
  • Anouk: “Een plek voor iedereen is een plek waar je kunt zeggen wat je voelt en denkt zonder daarover te twijfelen. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar je mag wel naast elkaar bestaan.”

Opvallend is dat alle Young Reporters aangeven dat het belangrijk is om gezien, gehoord en betrokken te worden. Dit zorgt ervoor dat jongeren zich welkom en onderdeel van de groep voelen.

Foto van Chiara

Mijn naam is Chiara en ik ben 17 jaar oud. Ik volg de tweetalige opleiding Marketing en Communicatie aan MBO Amersfoort. Mijn hobby’s zijn dansen, koken en tijd doorbrengen met vrienden en familie. Ik heb dit artikel geschreven omdat ik het belangrijk vind dat mensen het inzien dat pesten niet oké is en dat we er wat over moeten zeggen.

 


Zou je meer willen lezen, horen of zien vanuit jongerenperspectief? Bekijk onze pagina op de website van Noordhoff: Maak kennis met de Young Reporters van Noordhoff.

Was dit artikel nuttig?
Deel dit artikel

Ook interessant voor jou

Gerelateerde events

Vul onderstaand formulier in en ontvang het artikel in je mailbox

Zoeken