Leerkracht legt leerling een opdracht uit in het klaslokaal. AI gegenereerd beeld.

Motivatie in het basisonderwijs: zo krijgen leerlingen écht zin om te leren

Redactie Noordhoff
Artikel
Basisonderwijs
Onderwijsvaardigheden

Iedere leraar weet het: gemotiveerde leerlingen leren beter. Maar motivatie gaat niet over alleen maar leuke dingen doen. Onderzoek laat zien dat motivatie vooral groeit wanneer leerlingen ervaren dat ze zelf invloed hebben (autonomie), voelen dat ze iets kunnen (competentie) én zich verbonden weten met jou en de klas (verbondenheid).

In dit artikel ontdek je hoe je deze drie basisbehoeften praktisch in je lessen kunt toepassen, zonder dat het extra werkdruk geeft.

1. Start krachtig en betekenisvol: benut het begin van je les

Een goede les begint met een doelgerichte en activerende opening. Bijvoorbeeld een begintaak die leerlingen zelfstandig oppakken zodra ze binnenkomen. Dit kan een prikkelende vraag zijn, een korte herhaling van de vorige les of een observatie-opdracht.

Door de les te starten met het ophalen van voorkennis, zijn leerlingen meteen scherp. Ook als die voorkennis nog beperkt is, kun jij helpen om die aan te vullen. Zo ervaren leerlingen dat ze al iets kunnen en dat draagt bij aan hun gevoel van competentie. Zelfs als de leerstof lastig is, helpt jouw begeleiding of hun eigen inzet om dat gevoel te versterken. Ondertussen zie je waar de groep staat en kun je je les daarop afstemmen.

 

2. Kies werkvormen die écht aanzetten tot leren

Actieve werkvormen werken alleen als ze goed aansluiten bij wat je wilt bereiken. Denk aan samen een placemat invullen, eerst zelf nadenken over een vraag en die daarna in tweetallen bespreken of een creatieve opdracht waarbij leerlingen op hun eigen manier een begrip uitleggen.

Hierdoor voelen leerlingen dat ze mee mogen denken en dat hun inbreng ertoe doet. Ze krijgen ruimte om keuzes te maken en werken samen aan iets waar ze in hun eentje niet uit waren gekomen. Daarmee stimuleer je hun gevoel van autonomie én verbondenheid, twee belangrijke drijfveren om écht betrokken te zijn.

 

3. Eén doel, meerdere routes

Elke klas is anders. Leerlingen verschillen in tempo, voorkennis en de mate van ondersteuning die ze nodig hebben. Daarom passen we in onze leermiddelen bij Noordhoff convergente differentiatie toe: alle leerlingen werken toe naar hetzelfde leerdoel, maar krijgen de ruimte om dat via een eigen route te doen.

Sommigen hebben extra uitleg nodig, anderen kunnen meteen door naar verdieping. Door hier flexibel in te zijn, help je leerlingen stapjes te zetten die passen bij hun niveau. Dat versterkt hun competentie: ze voelen dat ze vooruitgaan.

Door ze ook kleine keuzes te geven — bijvoorbeeld in welke opdracht ze maken of welke werkvorm ze gebruiken — help je hun autonomie. Belangrijk is wel dat het leerdoel voor iedereen helder blijft.

 

Tot slot: motivatie als hefboom voor leren

Motivatie groeit als leerlingen ervaren dat ze:

  • zelf betekenisvolle keuzes mogen maken (autonomie),
  • succesvol kunnen zijn (competentie),
  • erbij horen en ertoe doen (verbondenheid).

Als leerkracht kun je hier elke dag aan bijdragen. Niet alleen door het leren leuker te maken, maar ook door slimme, doordachte keuzes te verweven in je lesaanpak. Zo wordt motivatie geen doel op zich, maar een krachtig middel om iedere leerling een stap verder te helpen.

Was dit artikel nuttig?
Deel dit artikel
Nieuwsbrief Basisonderwijs

Ben je leerkracht in het basisonderwijs en wil je niets missen? We informeren en inspireren je graag met onze e-mailnieuwsbrieven. Laat ons weten waarover je op de hoogte gehouden wilt worden!

Ook interessant voor jou

Gerelateerde events

Vul onderstaand formulier in en ontvang het artikel in je mailbox

Zoeken